Zwarte piet; valt zoiets nog uit te leggen?

Zondagmiddag 26 september: de telefoon gaat. Een Eritrese statushouder had een hulpvraagje. Het kon wel even; dus afgesproken in het overdekte winkelcentrum van Amstelveen. Er was ook een familielid bij die op bezoek was uit een ander Europees land. Deze man was 4 jaar geleden uit Eritrea gevlucht en sprak inmiddels vloeiend Duits. Onze afspraak zou afgerond worden met ’n kop koffie. We wandelen met zijn drieën door het winkelcentrum. Er klinkt vrolijke muziek. Het wekt de interesse van mijn gezelschap; dus gaan we erop af. Het bleek om een groepje trompet spelende zwarte pieten te gaan. Even later zou ook Sinterklaas het winkelcentrum aandoen. Wanneer de voormalige vluchteling de zwarte pieten ziet, verstijfd zijn gezicht bij de aanblik en vraagt me of dat witte mensen zijn die zich zwart hebben gemaakt? Dat bevestig ik en om het ’n beetje te relativeren, leg ik in mijn beste Duits uit dat er momenteel een ‘grosse diskussion’ is over zwarte piet en dat het in Amsterdam inmiddels al min of meer is opgelost met roetveeg pieten. Iedereen kan daar weer verder met het feest; ook de kinderen met een donkere huidskleur.

Kleurpieten.

Maar ja, in de steden zijn al wat stappen gemaakt. Op het platteland, en daar hoort Amstelveen in dit opzicht kennelijk ook bij, zal het nog wel een tijdje duren. Daar wordt nog vastgehouden aan deze malle traditie. In sommige kringen wordt gesuggereerd dat het al eeuwen zo is en dat het daarom zo moet blijven. In werkelijkheid duikt het fenomeen zwarte piet pas rond 1850 op en is in de loop van de tijd gelukkig al ’n heel stuk veranderd. In mijn jeugd was zwarte piet nog ’n beetje dom, sprak gebrekkig Nederlands, had grote rode lippen en gouden oorringen. Daar zijn we al vanaf. Nu nog die ‘blackface’ kleur.

Aan mijn gezelschap vertelde ik dat ik als klein kind doodsbang was voor die zwarte pieten, die toen nog voorzien waren van een roede (een samengebonden bos takken om mee te slaan) en daarmee dreigden om ‘stoute’ kinderen mee in de zak naar Spanje te nemen. Inmiddels heeft mijn angst van toen plaats gemaakt voor een meewarig gevoel: in het Amstelveense stadshart zien we de zwarte pieten letterlijk uit ons beeld verdwijnen en ik realiseer me dat vroeg of laat het ook hier en in andere kleine plaatsen wel zal veranderen. Hopelijk hoef ik dan ook het fenomeen ‘zwarte piet’ niet meer uit te leggen aan statushouders uit Afrikaanse landen.

Hans Straeter

Advertenties